Automatiseringsregels

Automatiseringsregels zorgen ervoor dat een of meer vooraf gedefinieerde acties worden uitgevoerd als reactie op een specifieke trigger, bv. een activiteit aanmaken wanneer een veld op een specifieke waarde wordt ingesteld, of een record 7 dagen na de laatste update archiveren.

Bij het aanmaken van een automatiseringsregel is het mogelijk om voorwaarden toe te voegen waaraan moet worden voldaan voordat de automatiseringsregel wordt uitgevoerd, bv. de verkoopkans moet aan een specifieke verkoper zijn toegewezen, of de status van het record mag niet Concept zijn.

Een automatiseringsregel aanmaken met Odoo Studio:

  1. Open Studio en klik op Automatiseringen, vervolgens op Nieuw.

  2. Geef de automatiseringsregel een duidelijke, betekenisvolle naam die het doel ervan aangeeft.

  3. Selecteer de Trigger en vul indien nodig de velden in die op het scherm verschijnen op basis van de gekozen trigger.

  4. Klik op Een actie toevoegen in het tabblad Uit te voeren acties.

  5. Selecteer het Type actie en vul de relevante velden in op basis van de gekozen actie.

  6. Klik op Opslaan & sluiten of, om extra acties te definiëren, Opslaan & nieuw.

Example

Om follow-up bij minder tevreden klanten te garanderen, maakt deze automatiseringsregel 3 maanden na het aanmaken van een verkooporder een activiteit aan voor klanten met een tevredenheidspercentage lager dan 30%.

Voorbeeld van een automatiseringsregel op het Abonnement model

Tip

  • Gebruik het Notities tabblad om het doel en de werking van automatiseringsregels te documenteren. Dit maakt regels gemakkelijker te onderhouden en vergemakkelijkt de samenwerking tussen gebruikers.

  • Om het model waarop de automatiseringsregel zich richt te wijzigen, schakel je tussen modellen voordat je op Automatisering in Studio klikt, of activeer je de ontwikkelaarsmodus, maak je een automatiseringsregel aan of bewerk je deze, en selecteer je het Model in het Automatiseringsregels formulier.

  • Automatiseringsregels kunnen vanuit elke kanban fase worden aangemaakt door op het (Instellingen) icoon te klikken dat verschijnt wanneer je over de kanban fasenaam beweegt, en vervolgens Automatisering te selecteren. In dit geval wordt de Trigger standaard ingesteld op Fase is ingesteld op, maar dit kan indien nodig worden gewijzigd.

    Automatiseringen maken vanuit een kanban-fase

Activeren

De Trigger wordt gebruikt om te definiëren wat voor soort gebeurtenis moet plaatsvinden voordat de automatiseringsregel wordt uitgevoerd. De beschikbare triggers zijn afhankelijk van het model. In totaal zijn er vijf triggercategorieën beschikbaar:

Voorwaarden toevoegen

Domeinfilters stellen je in staat om te bepalen welke records een automatiseringsregel moet targeten of uitsluiten. Efficiënt filteren verbetert de algehele prestaties omdat het onnodige verwerking van records die niet door de regel worden beïnvloed, vermijdt.

Tip

Activeer de ontwikkelaarsmodus voordat je een automatiseringsregel maakt om maximale flexibiliteit te hebben bij het toevoegen van domeinfilters.

Afhankelijk van de gekozen activering is het mogelijk om een of meer voorwaarden te definiëren waaraan een record moet voldoen voor en/of na het optreden van een activering.

  • Het Before Update Domain definieert de voorwaarden waaraan een record moet voldoen voor de activeringsgebeurtenis plaatsvindt, bv. het record moet Type = Customer Invoice en Status = Posted hebben.

    Klik bij geactiveerde ontwikkelaarsmodus op Edit Domain, indien beschikbaar, en vervolgens op New Rule.

  • Het Apply on domein definieert de voorwaarden waaraan een record moet voldoen na de activeringsgebeurtenis plaatsvindt, bv. de verkoopfactuur moet Payment Status = Partially Paid hebben.

    Klik bij geactiveerde ontwikkelaarsmodus op Edit Domain en vervolgens op New Rule.

    Tip

    Als de ontwikkelaarsmodus niet is geactiveerd, klik dan op Add condition om een Apply on domein te definiëren. Vul de voorgestelde voorwaarde aan of verwijder deze. Klik op New Rule om een voorwaarde toe te voegen.

Wanneer een activering plaatsvindt, bv. de betaalstatus van een geboekte verkoopfactuur wordt bijgewerkt, controleert de automatiseringsregel de gedefinieerde voorwaarden en voert alleen de actie uit als het record aan die voorwaarden voldoet.

Example

Als de geautomatiseerde actie moet worden uitgevoerd wanneer een e-mailadres voor de eerste keer wordt ingesteld (in tegenstelling tot het wijzigen van een e-mailadres) op een bestaand contact dat een individu is in plaats van een bedrijf, gebruik dan Email is not set en Is a Company is not set als het Before Update Domain en Email is set als het Apply on domein.

Voorbeeld van een trigger met een Before Update Domain

Notitie

Het Before Update Domain wordt niet gecontroleerd bij het aanmaken van een record.

Waarden geüpdatet

Activeer geautomatiseerde acties wanneer specifieke wijzigingen in de database plaatsvinden. De activeringen die in deze categorie beschikbaar zijn, zijn afhankelijk van het model en zijn gebaseerd op veelvoorkomende wijzigingen, zoals het toevoegen van een specifiek label (bv. aan een taak) of het instellen van de waarde van een veld (bv. het instellen van het User veld).

Selecteer de activering en selecteer vervolgens een waarde indien vereist.

E-mail gebeurtenissen

Automatische acties activeren bij het ontvangen of verzenden van e-mails.

Timing Voorwaarden

Activeer geautomatiseerde acties op een tijdstip dat relatief is ten opzichte van een datumveld of ten opzichte van het aanmaken of bijwerken van een record. De volgende activeringen zijn beschikbaar:

  • Op basis van datumveld: De actie wordt geactiveerd na een bepaalde periode voor of na de datum van het geselecteerde datumveld, bv. 30 dagen voor de einddatum van het contract.

  • Na aanmaak: De actie wordt geactiveerd na een gedefinieerde periode nadat een record is aangemaakt en opgeslagen.

  • Na laatste update: De actie wordt geactiveerd na een gedefinieerde periode nadat een bestaand record is bewerkt en opgeslagen.

Om een Timingcondities trigger te configureren, met ontwikkelaarsmodus geactiveerd:

  1. Selecteer de juiste Trigger uit de categorie Timingcondities. Als je de trigger Op basis van datumveld selecteert, selecteer dan het relevante datumveld.

  2. Configureer de Wachttijd om de uitvoeringsdatum en -tijd van de actie(s) te bepalen. Voer daarvoor het aantal Minuten, Uren, Dagen of Maanden in waarna de actie moet worden geactiveerd. Als je de trigger Op basis van datumveld hebt geselecteerd, kan de actie Na of Voor het geselecteerde datumveld worden geactiveerd.

  3. Optioneel kun je condities toevoegen waaraan de record moet voldoen voor en/of nadat de regel is geactiveerd.

  4. Klik op Handmatig opslaan.

  5. Klik op Geplande actie om de geplande actie Automatiseringsregels: controleren en uitvoeren te openen.

    Notitie

    Deze geplande actie controleert op uitvoeringstijden die zijn bereikt sinds de vorige uitvoering en voert de gerelateerde actie(s) uit indien relevant. Standaard is de geplande actie ingesteld op Uitvoeren elke 4 uur, wat over het algemeen voldoende is voor wachttijden zoals 3 maanden na de besteldatum of 7 dagen na de laatste update.

    Als een automatiseringsregel een op tijd gebaseerde trigger heeft met een wachttijd van minder dan het equivalent van 40 uur, bv. 3 uur voor de startdatum en -tijd van het evenement, wordt de frequentie van de geplande actie automatisch verhoogd, bv. naar Uitvoeren elke 18 minuten. Hierdoor kan de actie dichter bij de geplande uitvoeringstijd worden uitgevoerd.

  6. Klik op Handmatig uitvoeren linksboven.

    Waarschuwing

    Deze stap is cruciaal om te voorkomen dat de regel met terugwerkende kracht wordt uitgevoerd op historische records. Het handmatig uitvoeren van de geplande actie initialiseert het tijdstempel van de laatste uitvoering in de automatiseringsregel, wat een belangrijk element is van de uitvoeringslogica van de regel.

  7. Klik op de naam van de automatiseringsregel in het kruimelpad om terug te keren naar de instellingen van de automatiseringsregel.

  8. Voeg de uit te voeren actie(s) toe en klik vervolgens, wanneer alle acties zijn gedefinieerd, op Handmatig opslaan.

De actie wordt de eerste keer uitgevoerd wanneer de geplande actie Automatiseringsregels: controleren en uitvoeren draait nadat de uitvoeringstijd is bereikt en wanneer aan de condities is voldaan.

Uitvoeringslogica

Bij gebruik van een op tijd gebaseerde trigger wordt een actie alleen uitgevoerd wanneer de uitvoeringstijd tussen de laatste uitvoering van de geplande actie en de huidige uitvoering valt (of deze nu gepland is of handmatig wordt uitgevoerd), d.w.z.:

laatste uitvoering –> uitvoeringsdatum en -tijd –> huidige uitvoering

Notitie

Het handmatig uitvoeren van de geplande actie Automatiseringsregels: controleren en uitvoeren resulteert niet noodzakelijkerwijs in het uitvoeren van de actie van een regel. Test bij het testen van een automatiseringsregel met een tijdgebonden trigger of deze volgorde klopt en controleer vervolgens of de actie is uitgevoerd.

Example

Op de ochtend van 15 oktober maak je een automatiseringsregel die 30 dagen voor de Einddatum contract het verzenden van een e-mail activeert; contracten eindigen om 23:59 uur op hun einddatum. Tijdens het maken van de regel werd de geplande actie Automatiseringsregels: controleren en uitvoeren handmatig uitgevoerd om 11:00 uur en is ingesteld om daarna elke vier uur te draaien.

Deze nieuwe automatiseringsregel geldt voor contracten waarvan de einddatum minstens 30 dagen na het aanmaken van de regel valt, dus een einddatum van 14 november of later.

Voor een contract met een einddatum van 14 november is de uitvoeringsdatum en -tijd van de actie 23:59 uur op 15 oktober. De actie wordt daarom uitgevoerd de eerste keer dat de geplande actie Automatiseringsregels: controleren en uitvoeren draait nadat die datum en tijd zijn verstreken, dus:

  • laatste run van de geplande actie: 23:00 uur op 15 oktober

  • uitvoeringsdatum en -tijd: 23:59 uur op 15 oktober

  • huidige run van de geplande actie: 3:00 uur op 16 oktober

Aangepast

Automatische acties activeren:

  • Bij aanmaken: wanneer een record voor de eerste keer wordt opgeslagen.

  • Bij aanmaken en bewerken: wanneer een record voor de eerste keer wordt opgeslagen en bij elke volgende keer.

  • Bij verwijderen: wanneer een record wordt verwijderd.

  • Bij wijziging in gebruikersinterface: wanneer de waarde van een veld wordt gewijzigd in de formulierweergave, zelfs voordat het record wordt opgeslagen.

Voor de activatoren Bij aanmaken en bewerken en Bij wijziging in gebruikersinterface moet je vervolgens het veld of de velden selecteren die worden gebruikt om de automatiseringsregel te activeren in het veld Bij bijwerken.

Waarschuwing

Als er geen veld is geselecteerd in het veld Bij bijwerken, kan de automatische actie meerdere keren per record worden uitgevoerd.

Optioneel kun je ook aanvullende voorwaarden definiëren die moeten worden voldaan om de automatiseringsregel te activeren in het veld Toepassen op.

Notitie

De activator Bij wijziging in gebruikersinterface kan alleen worden gebruikt met de actie Code uitvoeren en werkt alleen wanneer een wijziging handmatig wordt gemaakt. De actie wordt niet uitgevoerd als het veld wordt gewijzigd via een andere automatiseringsregel.

Extern

Activeer geautomatiseerde acties op basis van een specifieke gebeurtenis in een extern systeem of applicatie met een webhook.

Nadat de webhook is geconfigureerd in Odoo, waar de URL van de webhook wordt gegenereerd en het doelrecord wordt gedefinieerd, moet deze worden geïmplementeerd in het externe systeem.

Waarschuwing

Het is sterk aanbevolen om te overleggen met een ontwikkelaar, oplossingsarchitect of een andere technische rol bij het beslissen om webhooks te gebruiken en gedurende het implementatieproces. Als ze niet goed zijn geconfigureerd, kunnen webhooks de Odoo-database verstoren en kan het tijd kosten om dit terug te draaien.

Voorbeeld van een trigger op basis van datumveld

Notitie

Het is ook mogelijk om een geautomatiseerde actie in te stellen die gegevens naar de webhook van een extern systeem stuurt wanneer een gebeurtenis plaatsvindt in je Odoo-database.

Acties

Zodra je de activator van de automatiseringsregel hebt gedefinieerd, klik je op Een actie toevoegen in het tabblad Uit te voeren acties om de actie(s) te definiëren die moeten worden uitgevoerd.

Tip

  • Als er geen expliciete naam wordt ingevoerd, wordt de naam van de actie automatisch gegenereerd op basis van de actie die je definieert; de naam kan op elk moment worden bijgewerkt.

  • Je kunt meerdere acties definiëren voor dezelfde automatiseringsregel. Standaard worden acties uitgevoerd in de volgorde waarin ze zijn gedefinieerd.

    Dit betekent bijvoorbeeld dat als je een actie Record bijwerken definieert en vervolgens een actie E-mail verzenden waarbij de e-mail verwijst naar het veld dat is bijgewerkt, de e-mail de bijgewerkte waarden gebruikt. Als de actie E-mail verzenden echter wordt gedefinieerd vóór de actie Record bijwerken, gebruikt de e-mail de waarden die zijn ingesteld voordat het record wordt bijgewerkt.

    Om de volgorde van gedefinieerde acties te wijzigen, klik je op het icoon (versleephandvat) naast een actie en sleep je deze naar de gewenste positie.

Record bijwerken

Deze actie wordt gebruikt om een van de (gerelateerde) velden van het record bij te werken. De volgende opties zijn beschikbaar:

  • Bijwerken: werkt het geselecteerde veld bij met de opgegeven waarde.

  • Bijwerken met AI: werkt het geselecteerde veld dynamisch bij op basis van de verstrekte AI-prompt. Voor deze optie moet de app Odoo AI zijn geïnstalleerd.

  • Volgorde: werk het geselecteerde veld bij met een gedefinieerde volgorde.

  • Berekenen: werkt het geselecteerde veld dynamisch bij met Python-code.

De actie definiëren:

  1. Met de optie Bijwerken, Bijwerken met AI, Volgorde of Berekenen geselecteerd, selecteer of zoek het veld dat bijgewerkt of berekend moet worden. Klik indien nodig op (pijl naar rechts) naast de veldnaam om de lijst met gerelateerde velden te openen.

  2. Geef de relevante informatie op basis van de geselecteerde optie.

Bijwerken

Selecteer of voer de bijgewerkte waarde voor het veld in.

Als een many2many-veld wordt bijgewerkt, kies dan of het veld moet worden bijgewerkt door de geselecteerde waarde Toe te voegen, te Verwijderen, of door het In te stellen op de geselecteerde waarde of door het te Wissen.

Example

Als je wilt dat de geautomatiseerde actie een label van het klantrecord verwijdert, stel het veld Bijwerken in op Klant > Labels, selecteer door te Verwijderen, en selecteer vervolgens het label dat verwijderd moet worden.

Voorbeeld van een Update Record-actie

Bijwerken met AI

Voer een prompt in om Odoo AI te instrueren hoe het veld bijgewerkt moet worden. Typ / om de AI-prompttools te openen; gebruik Veldselector om Odoo AI te vertellen welke gerelateerde velden gecontroleerd moeten worden voor context, en Recordselector om mogelijke waarden voor het bijgewerkte veld te geven.

Example

Als je wilt dat de automatiseringsregel het veld Toegewezenen van een nieuw aangemaakte taak bijwerkt op basis van de expertise van werknemers, kun je een prompt schrijven om Odoo AI te instrueren het veld Schermnaam van de taak te controleren voor context, en vervolgens de meest geschikte werknemer toe te wijzen.

Voorbeeld van het bijwerken van een record met AI

Reeks

Selecteer een bestaande volgorde of, om een nieuwe volgorde aan te maken:

  1. Klik op Meer zoeken, klik vervolgens op Nieuw.

  2. Voer in het venster dat opent de Naam van de volgorde in.

  3. Configureer op het tabblad Volgorde de volgorde:

    • Voorvoegsel: tekens toegevoegd voor het volgende nummer in de volgorde.

    • Achtervoegsel: tekens toegevoegd na het volgende nummer in de volgorde.

    • Volgordegrootte: bepaalt het aantal cijfers in elk nummer in de volgorde. Indien nodig worden voorloopnullen voor het nummer toegevoegd om de aangegeven volgordegrootte te bereiken, bv. voor een volgordegrootte van 5 is het eerste nummer in de volgorde 00001.

    • Stap: bepaalt de toename tussen de nummers in de volgorde.

    • Volgend nummer: het volgende nummer dat in de volgorde wordt gebruikt, zonder voorloopnullen.

    Tip

    • Gebruik dynamische placeholders zoals %(year)s of %(month)s als Voorvoegsel en/of Achtervoegsel om volgordes met elementen zoals het huidige jaar, maand, enz. te maken. Mogelijke placeholders worden onderaan het venster weergegeven.

    • Om subvolgordes te gebruiken, bv. om de volgorde elk jaar of elke maand opnieuw te laten beginnen, activeer je Subvolgordes per datumbereik gebruiken, en Voeg een regel toe voor elk datumbereik en geef het Volgende nummer voor het bereik aan.

  4. Klik op Opslaan.

Example

Als je wilt dat de geautomatiseerde actie een opeenvolgende klantreferentie aanmaakt telkens wanneer een nieuwe klant wordt aangemaakt, stel het veld Volgorde in op Referentie, klik vervolgens in de dropdown op Meer zoeken. Klik op Nieuw om een nieuwe volgorde aan te maken.

In het voorbeeld ontvangt elke nieuwe klant een opeenvolgende referentie met het voorvoegsel #-REF-%(year)s-, waarbij %(year)s het huidige jaar inclusief de eeuw is, en het achtervoegsel /CL, bv. #-REF-2025-00001/CL, #-REF-2025-00002/CL, enz.

Voorbeeld van een actie Record bijwerken met een volgorde

Bereken

Voer de code in die gebruikt moet worden voor het berekenen van de waarde van het veld.

Example

Als je wilt dat de automatiseringsregel een aangepast datetime-veld, Geëscaleerd op, berekent wanneer de prioriteit van een taak wordt ingesteld op Zeer hoog (drie sterren), kun je de trigger Prioriteit is ingesteld op Zeer hoog definiëren en de actie Record bijwerken als volgt definiëren:

Een aangepast datetime-veld berekenen met een Python-expressie

Record aanmaken en Record dupliceren

Deze acties worden gebruikt om een nieuw of gedupliceerd record aan te maken op elk model.

De actie definiëren:

  1. Met Record aanmaken of Record dupliceren geselecteerd als het Type actie, selecteer het vereiste model in het veld Aan te maken record; het veld bevat standaard het huidige model.

  2. Geef een naam op voor het record, of, als de actie een record dupliceert, geef aan welk record wordt gedupliceerd in het veld Dupliceren van.

  3. Als het nieuwe of gedupliceerde record wordt aangemaakt op een ander model, selecteer dan een veld in het veld Koppelingsveld om het record te koppelen dat de aanmaak van het nieuwe of gedupliceerde record heeft geactiveerd.

Tip

Het vervolgkeuzemenu Koppelingsveld bevat alleen one2many-velden die bestaan op het huidige model en gekoppeld zijn aan een many2one-veld op het doelmodel.

Example

Als je wilt dat de automatiseringsregel een project dupliceert, bv. een projectsjabloon met voorgedefinieerde taken, wanneer een verkoopkans op Gewonnen wordt gezet, voeg dan een aangepast Gerelateerde verkoopkans many2one-veld toe op het Project-model en een aangepast Gerelateerd project one2many-veld op het Lead-model, en geef vervolgens de volgende details op over het record dat wordt gedupliceerd:

Dupliceer een record in een ander model

Tip

Je kunt een andere automatiseringsregel aanmaken met Record bijwerken-acties om indien nodig de velden van het nieuwe of gedupliceerde record bij te werken. Je kunt bijvoorbeeld een Record aanmaken-actie gebruiken om een nieuwe projecttaak aan te maken en deze vervolgens toewijzen aan een specifieke gebruiker met een Record bijwerken-actie.

Activiteit maken

Deze actie wordt gebruikt om een nieuwe activiteit te plannen die is gekoppeld aan het record.

De actie definiëren:

  1. Met Activiteit aanmaken geselecteerd als Type actie, selecteer je het juiste Activiteitstype uit het vervolgkeuzemenu.

  2. Voer een titel in.

  3. Geef aan wanneer de activiteit voltooid moet zijn door een aantal dagen, weken of maanden op te geven in het veld Vervaldatum over.

  4. Selecteer een gebruikerstype:

    • Om de activiteit altijd aan dezelfde gebruiker toe te wijzen, selecteer je Specifieke gebruiker en voeg je de gebruiker toe in het veld Verantwoordelijke.

    • Om dynamisch een gebruiker te targeten die is gekoppeld aan het record, selecteer je Dynamische gebruiker (op basis van record). Wijzig indien nodig het Gebruikersveld door op de placeholderveldnaam te klikken en vervolgens het gebruikersveld te selecteren of te zoeken in de lijst die verschijnt. Door op het (pijl naar rechts) naast de veldnaam te klikken, krijg je indien nodig toegang tot gerelateerde velden.

  5. Voeg optioneel een notitie toe om meer informatie te geven over de activiteit.

Example

Nadat een voorstel is verstuurd naar een verkoopkans met een hoge verwachte omzet, wil je een activiteit aanmaken voor de teamleider van de verkoper om de potentiële klant te bellen om de kans op het sluiten van de deal te vergroten.

Stel hiervoor het Activiteitstype in op Oproep en het Gebruikerstype op Dynamische gebruiker (op basis van record). Klik op het placeholderveld en selecteer Verkoopteam, klik vervolgens op het (pijl naar rechts) en selecteer Teamleider.

Voorbeeld van een Create Activity-actie

E-mail verzenden en sms verzenden

Deze acties worden gebruikt om een e-mail of sms-bericht te sturen naar een contactpersoon die is gekoppeld aan een specifiek record.

De actie definiëren:

  1. Met E-mail verzenden of Sms verzenden geselecteerd als Type actie, selecteer of maak je een E-mailsjabloon of Sms-sjabloon.

  2. Kies in het veld E-mail verzenden als of Sms verzenden als hoe je de e-mail of het sms-bericht wilt verzenden.

    Selecteer voor een e-mail:

    • E-mail: om het bericht als e-mail te verzenden naar de ontvangers van het E-mailsjabloon.

    • Bericht: om het bericht op het record te plaatsen en de volgers van het record op de hoogte te stellen.

    • Notitie: om het bericht als interne notitie te verzenden die zichtbaar is voor interne gebruikers in de chatter.

    Voor een tekstbericht, selecteer:

    • Sms (zonder notitie): om het bericht als tekstbericht te verzenden naar de ontvangers van het sms-sjabloon.

    • Sms (met notitie): om het bericht als tekstbericht te verzenden naar de ontvangers van het sms-sjabloon en het als interne notitie in de chatter te plaatsen.

    • Alleen notitie: bericht alleen als interne notitie in de chatter plaatsen.

Stuur WhatsApp

Belangrijk

Om het verzenden van WhatsApp-berichten te automatiseren, moeten een of meer WhatsApp-sjablonen aangemaakt worden.

Deze actie wordt gebruikt om een WhatsApp-bericht te sturen naar een contact dat gekoppeld is aan een specifieke record.

Met WhatsApp versturen geselecteerd als het Type actie, selecteer het juiste WhatsApp-sjabloon uit het vervolgkeuzemenu.

Volgers toevoegen en verwijderen

Deze actie wordt gebruikt om bestaande contacten te abonneren/uitschrijven als volgers van de record.

Met Volgers toevoegen of Volgers verwijderen geselecteerd als het Type actie, selecteer een Type volger:

  • Om altijd dezelfde contactpersoon/contactpersonen toe te voegen/verwijderen, selecteer Specifieke volgers en selecteer vervolgens de contactpersoon/contactpersonen uit het vervolgkeuzemenu. Meerdere contactpersonen kunnen worden toegevoegd/verwijderd.

  • Om dynamisch een contact toe te voegen/verwijderen dat gekoppeld is aan de record, selecteer Dynamische volgers. Wijzig indien nodig het Veld volgers door op de placeholder veldnaam te klikken en vervolgens het partnerveld te selecteren of te zoeken in de lijst die verschijnt. Klik op het (pijl naar rechts) icoon naast de veldnaam om indien nodig toegang te krijgen tot gerelateerde velden.

Example

Om klanten op de hoogte te houden van de voortgang van een project, voegt deze geautomatiseerde actie de relevante klant toe als volger wanneer een projecttaak wordt ingesteld op Bezig.

Klant toevoegen als volger wanneer projecttaak op bezig wordt gezet.

Code uitvoeren

Belangrijk

Voor automatiseringsregels die de uitvoering van aangepaste code vereisen, let op dat onderhoud van aangepaste code niet is inbegrepen in de Standaard of Aangepaste prijsplannen en extra kosten met zich meebrengt.

Deze actie wordt gebruikt om Python-code uit te voeren. Je kunt code schrijven in het tabblad Code met de volgende variabelen:

  • env: omgeving waarin de actie wordt geactiveerd

  • model: model van de record waarop de actie wordt geactiveerd; is een lege recordset

  • record: record waarop de actie wordt geactiveerd; kan leeg zijn

  • records: recordset van alle records waarop de actie wordt geactiveerd in multi-modus; kan leeg blijven

  • time, datetime, dateutil, timezone: handige Python-bibliotheken

  • float_compare: hulpfunctie om floats te vergelijken op basis van specifieke precisie

  • log(message, level='info'): logfunctie om debug-informatie vast te leggen in ir.logging-tabel

  • _logger.info(message): logger om berichten te versturen in serverlogs

  • UserError: exceptieklasse voor het tonen van waarschuwingsberichten aan gebruikers

  • Command: x2many-opdrachten namespace

  • action = {...}: om een actie te retourneren

Tip

De beschikbare variabelen worden beschreven in de tabbladen Code en Help.

Webhook notificatie verzenden

Deze actie wordt gebruikt om een POST API-verzoek te sturen met de waarden van de geselecteerde Velden naar de webhook-URL die is opgegeven in het URL-veld.

De Voorbeeldpayload toont een voorbeeld van de gegevens in het verzoek op basis van een willekeurige record of dummygegevens als er geen record beschikbaar is.

Notitie

Het is ook mogelijk om een geautomatiseerde actie in te stellen die een webhook gebruikt om gegevens te ontvangen van een extern systeem wanneer een vooraf gedefinieerde gebeurtenis plaatsvindt in dat systeem.

Meerdere acties

Deze actie wordt gebruikt om meerdere acties (gekoppeld aan het huidige model) tegelijkertijd te activeren.

Om de acties te definiëren:

  1. Met Meerdere acties geselecteerd als het Type actie, klik op Actie toevoegen.

  2. In de Toevoegen: onderliggende acties-pop-up:

    • selecteer een of meer bestaande acties en klik op Selecteer; of

    • klik op Nieuw, definieer de uit te voeren actie en klik vervolgens op Opslaan & sluiten of, om extra acties te maken, Opslaan & nieuw.

  3. Herhaal zo vaak als nodig.

Definieer meerdere acties om uit te voeren