Windows Virtual IoT¶
Zo start je met het gebruik van Windows virtual UoT:
Zorg dat de computer een bijgewerkte versie van Windows draait (Windows 10 of Windows 11), of het nu een laptop, desktop of server is.
Installeer de virtuele Windows IoT op de Windows-computer.
Verbind je apparaten met de Windows virtuele IoT.
Notitie
MRP-apparaten, waaronder camera’s en meetinstrumenten, zijn niet compatibel met Windows virtual IoT.
Het is ook mogelijk om een virtuele Windows-machine te maken op een macOS-/Linux-computer. Deze optie wordt echter niet ondersteund door Odoo en er wordt geen ondersteuning bij problemen geboden.
Zie ook
Belangrijk
Maak de virtuele Windows-IoT nooit toegankelijk vanaf het openbare internet. IoT-systemen zijn ontworpen om je database toegang te geven tot apparaten op je lokale netwerk. Ze blootstellen aan het openbare internet zou een veiligheidsrisico vormen.
Installatie¶
Zo installeer je de Windows virtuele IoT op een Windows-computer:
Ga naar Odoo’s downloadpagina, scrol naar het gedeelte Virtuele IoT en klik op Downloaden.
Open het gedownloade
.exe-bestand, sta de app toe wijzigingen aan te brengen op je apparaat, selecteer een taal en klik op OK.Klik op Volgende en vervolgens op Akkoord om de algemene voorwaarden te accepteren en verder te gaan.
Controleer of je voldoende ruimte hebt op je computer en klik op Volgende.
Voer bij Bestemmingsmap C:\odoo in en klik op Installeren.
Waarschuwing
Installeer de virtuele Windows IoT van Odoo niet in een Windows-gebruikersmap, omdat dit problemen kan veroorzaken met HTTPS-certificaatgeneratie.
GPL Ghostscript instellen: klik op Volgende, accepteer de algemene voorwaarden, klik op Installeren en vervolgens op Voltooien.
Klik op Volgende en Voltooien om de configuratie te voltooien. De startpagina van het IoT-systeem opent automatisch in een webbrowser met de URL
http://localhost:8069.Herstart de virtuele Windows IoT-service.
Controleer of je toegang hebt tot de startpagina van het IoT-systeem in een webbrowser:
op de Windows virtuele IoT-computer, en
op een ander apparaat op hetzelfde netwerk als het IoT-systeem door naar de URL
http://xxx:8069te gaan (waarbijxxxhet IP-adres van het IoT-systeem is).op een ander apparaat op hetzelfde netwerk als het IoT-systeem door naar de URL
https://xxxte gaan (waarbijxxxhet IP-adres van het IoT-systeem is) om de HTTPS-verbinding te testen.Tip
Als je de startpagina van het IoT-systeem niet kunt openen vanaf een ander apparaat, maak dan een Windows Firewall regel aan om communicatie via poort
8069toe te staan.
Apparaat verbinden¶
De meeste apparaten maken automatisch verbinding met de Windows-computer die wordt gebruikt voor de Windows Virtual IoT via Windows Plug and Play (PnP). Als Windows het apparaat echter niet automatisch herkent bij het aansluiten, moet de beheerder mogelijk handmatig de juiste drivers installeren.
Tip
Ververs na het aansluiten van de apparaten op de computer de startpagina van het IoT-systeem om te controleren of het apparaat wordt vermeld. Als het apparaat niet verschijnt, herlaad dan de handlers vanaf de startpagina van het IoT-systeem.
Windows Firewall configureren¶
Firewalls helpen apparaten veilig te houden, maar kunnen soms legitieme verbindingen blokkeren. Als de virtuele Windows-IoT niet toegankelijk is op het LAN, bijvoorbeeld vanaf een ander apparaat, kan dit komen doordat een firewall de verbinding blokkeert. Om dit probleem te voorkomen, configureer je uitzonderingen voor netwerkdetectie in de instellingen van het OS of de firewall.
Notitie
Als er externe firewallsoftware is geïnstalleerd op de Windows-computer, raadpleeg dan de documentatie van de software om firewalluitzonderingen te configureren.
Volg deze stappen om een regel te maken in Windows Defender en communicatie via de vereiste poorten toe te staan:
Zoek in het Windows-startmenu naar
firewallen selecteer de app Windows Defender Firewall with Advanced Security.Selecteer in het linkergedeelte van het venster Inbound rules.
Klik in het rechtergedeelte van het venster onder Actions op New rule.
Selecteer in de New Inbound Rule Wizard die wordt geopend het regeltype Port en klik op Next.
Controleer op de pagina Protocols and Ports of TCP en Specified local ports zijn geselecteerd, voer het volgende in het veld in:
8069, 80, 443en klik op Next.Selecteer op de pagina Action de optie Allow the connection en klik op Next.
Schakel op de pagina Profile alle verbindingstypen uit die niet van toepassing zijn op je Windows-computer en klik op Next.
Geef op de pagina Name een Naam op (bv.
Odoo) en optioneel een korte Beschrijving, en klik vervolgens op Finish.
Startpagina van Windows virtual IoT¶
Open de startpagina van de Windows virtual IoT door naar de URL http://localhost:8069 te gaan op de Windows virtual IoT-computer, of open een webbrowser vanaf een andere computer op hetzelfde netwerk als het IoT-systeem en ga naar de URL http://xxx:8069 (waarbij xxx het IP-adres van het IoT-systeem is).
Zodra de virtuele Windows-IoT verbonden is met de Odoo-database, is de startpagina toegankelijk vanuit Odoo door de IoT-app te openen, op de kaart van de betreffende IoT Box te klikken en op Startpagina te klikken.
Notitie
Zorg ervoor dat de Windows Firewall is geconfigureerd om toegang toe te staan.
Windows virtuele IoT herstarten¶
Om de Windows IoT-server handmatig te herstarten, zoek je in het Windows-startmenu naar services en selecteer je de Services-app. Scrol naar de service odoo-server-xxx, klik erop met de rechtermuisknop en selecteer Starten of Herstarten.
Windows virtuele IoT de-installeren¶
Om de Windows virtuele IoT te de-installeren, de-installeer je het Odoo-programma op je Windows-computer. Bevestig de de-installatie en voltooi de stappen in het dialoogvenster Odoo de-installatie.